‘Slachtdata en ketensamenwerking essentieel voor toekomst sector’
Tijdens de Good Farming Dairy Beef kennissessies op 10 en 12 juni stond het belang van data en ketensamenwerking centraal. Melkveehouder Jeroen Toevank, aanwezig bij de eerste sessie, is positief gestemd over de kansen die slachtdata bieden voor zijn bedrijf én voor de sector.
Vanuit Ruurlo, waar hij samen met zijn vriendin een melkveebedrijf met 150 melkkoeien runt, reisden Jeroen en een medewerker af naar Tilburg. “We gingen er blanco in, maar werden positief verrast door hoe open en transparant Vion was. Tijdens de rondleiding mochten we echt alles zien”, vertelt Jeroen. “Het was heel interessant om meer te leren over afwijkingen bij koeien: hoe die zichtbaar worden in de slachterij en wat je er als melkveehouder aan kunt doen om ze te voorkomen.”
Samen verbeteren met slachtdata
Juist daar ziet Jeroen de meerwaarde van het delen van slachtdata. “Als je in de data kunt zien dat je bepaalde afwijkingen hebt, bijvoorbeeld aan de longen, dan kun je hier samen met de dierenarts en Vion actie op ondernemen.” Ook de benchmark in de transparante rapportages van RundveeNet spreekt hem aan. “Je eigen cijfers zien, is mooi; de benchmark geeft pas echt inzicht. Als het gemiddelde in Nederland op 15 procent zit en jij op 23 procent dan wil je weten hoe dat kan.”
“Dat motiveert om je prestaties te verbeteren, want je wilt het toch altijd beter doen dan vorig jaar”, vervolgt Jeroen. Hij ziet de data als een instrument voor de lange termijn. “Het levert niet direct iets op in je portemonnee, maar uiteindelijk word je er als bedrijf én als sector beter van.”
Gesteund door de keten
Die verbeteringen voer je als individuele ondernemer niet alleen door, benadrukt Jeroen. “Sectorbrede samenwerking is essentieel. Daarom vond ik het ook heel goed om van Vion te horen dat de vraag naar verbeteringen op het gebied van duurzaamheid en dierenwelzijn vanuit de retail komt en de retail bereid is die inspanningen te belonen. Dat die financiële prikkel uit de markt zelf komt, laat zien dat deze verbeteringen breed gedragen worden binnen de keten.”