Gebruik van hulpbronnen en circulaire economie
Ons beleid
Vion verwerkt landbouwhuisdieren tot hoogwaardige eiwitproducten, met als doel bij te dragen aan SDG 12 van de VN en verantwoordelijkheid te nemen voor het bevorderen van een circulaire economie. We doen dit door ons te richten op het optimaal benutten van verwerkte varkens en runderen en het valoriseren van afvalstromen van dierlijke bijproducten uit onze vleesproductieprocessen.
Ons beleid inzake grondstofgebruik en circulaire economie richt zich op materiaalstromen, met name op de valorisatie van dierlijke bijproducten in overeenstemming met de ladder van Moerman en de wetgeving inzake bijproducten, zoals vastgesteld door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
Hoe we dierlijke bijproducten classificeren
De dierlijke bijproducten die ontstaan bij de verwerking van varkens en runderen worden op basis van de risico’s die ze met zich meebrengen in drie categorieën ingedeeld:
Categorie 1 – Hoogste risico
Gevaarlijke materialen worden verbrand om de gezondheid te beschermen.
Categorie 2 – Hoog risico
Materialen met een hoog risico zijn niet geschikt voor menselijke consumptie.
Categorie 3 – Laag risico
Materialen met een laag risico worden teruggewonnen voor circulair gebruik.
Onze toewijding aan duurzaam gebruik van hulpbronnen
We zetten ons in om de principes van de circulaire economie in onze activiteiten te integreren door het gebruik van dierlijke bijproducten die in ons proces worden gegenereerd, te maximaliseren. Deze aanpak vormt de hoeksteen van onze strategie om het verlies van grondstoffen te minimaliseren, afval te vermijden en bij te dragen aan duurzaam grondstoffenbeheer.
Vion erkent de waarde van dierlijke bijproducten en hun potentieel om economische en ecologische voordelen te genereren wanneer ze op een effectieve manier worden hergebruikt. Duurzame verwerking van deze afvalstoffen is daarom essentieel om afval te beperken, de economische waarde te maximaliseren en te voldoen aan de wettelijke richtlijnen.
Bij de verwerking van een varken of een koe ontstaat een bepaald percentage gevaarlijk afval (categorie 1 en 2) en niet-gevaarlijk afval (categorie 3). Al het afval dat niet op een stortplaats terechtkomt of wordt verbrand, wordt in de activiteiten van Vion gedefinieerd als terugwinbaar afval.
Ons beleid is erop gericht het gevaarlijk afval per verwerkt dier tot een minimum te beperken en tegelijkertijd de terugwinning in de circulaire productieketen te maximaliseren.
We beperken het afval per dier tot een minimum en maximaliseren tegelijkertijd de terugwinning in de circulaire productieketen.
Nieuws & Stories
Acties
We zetten ons in om duurzaamheid in elke stap van onze productieketen te integreren. Dit is hoe we dat doen:
Innovatieve mestverwerking: Het NURTURE-project
We werken samen met Wageningen University & Research (WUR) aan het NURTURE-project, dat gericht is op het verbeteren van de duurzaamheid in de mestverwerking en de landbouwsector in het algemeen. Het project richt zich op het omzetten van een mengsel van mest en zaagsel in cellulose-nanovezels en vloeibare meststof. Dankzij de mogelijkheid om ter plaatse te verwerken, kan Vion mest en zaagsel lokaal beheren, wat niet alleen de transportemissies en logistieke kosten vermindert, maar ook de afhankelijkheid van externe leveranciers, waardoor het proces energie- en kostenefficiënter wordt.
Afval verminderen en efficiëntie verbeteren
De totale afvalvermindering wordt gerealiseerd door productielocaties te benchmarken om best practices te identificeren en te implementeren. Dit proces omvat het bijhouden van belangrijke KPI’s en productkwaliteit op alle locaties. De verbeteringen zijn duidelijk zichtbaar in de gegevens van 2025 ten opzichte van 2024. De hoeveelheid afval varieert ook per diersoort; zeugen en afgedankte runderen produceren meer afval dan geslachte varkens en jonge stieren. Daarnaast werkt Vion samen met universiteiten, onderzoeksinstituten en industriële partners aan innovatieve circulaire economieprojecten, waarmee het de ontwikkeling van oplossingen voor afvalvermindering en optimalisatie van hulpbronnen ondersteunt.
Valorisatie van dierlijke bijproducten
Door middel van innovatieve strategieën op onze varkens- en rundveeverwerkingslocaties zoeken we naar manieren om bijproducten om te zetten in waardevolle grondstoffen. Door deze mogelijkheden te identificeren, verminderen we effectief de hoeveelheid afval die op stortplaatsen terechtkomt en vinden we winstgevende, duurzame alternatieven.
Verbetering van praktijken in de hele toeleveringsketen
Onze inspanningen om de hoeveelheid afval per dier te verminderen, strekken zich uit tot onze hele toeleveringsketen. We werken nauw samen met boeren om de productiepraktijken te verbeteren en innovaties te identificeren. Door deze samenwerkingen hebben we strategieën geïntroduceerd om de voerontwenningsperiode vóór het slachten te optimaliseren, waardoor de darminhoud in karkassen (en dus afval) wordt verminderd en de hygiëne en kwaliteit van het product worden verbeterd. Bovendien zetten we onrijpe mest om in biobrandstoffen, waarmee we bijdragen aan een circulair energiemodel.
We zetten ons in om duurzaamheid in elke stap van onze productieketen te integreren, van innovatieve mestverwerking tot afvalvermindering en optimalisatie van hulpbronnen
Nieuws & Stories
Doelstellingen
Onze visie voor 2030
In 2024 is Vion begonnen met het verzamelen van totale afvalgegevens per verwerkt dier in zijn varkens- en rundveeverwerkingsfabrieken. De meetcriteria zijn gericht op afvalstromen van dierlijke bijproducten van categorie 1, 2 en 3 en het aantal dieren dat wordt verwerkt in varkensfabrieken (Boxtel, Apeldoorn, Groenlo) en rundvleesfabrieken (Tilburg, Furth im Wald). Als onderdeel van zijn duurzaamheidsstrategie heeft Vion doelstellingen voor 2030 vastgesteld voor afvalvermindering en -terugwinning ter ondersteuning van upcycling en circulaire praktijken. Voor varkens is het doel minder dan 18 kg afval per dier, waarbij meer dan 86% wordt teruggewonnen en minder dan 14% gevaarlijk is. Voor runderen is het doel minder dan 185 kg per dier, waarbij meer dan 63% wordt teruggewonnen. Het basisjaar is 2024.
We werken momenteel aan het verminderen van afval en het maximaliseren van de terugwinning van bijproducten, waardoor een echt circulaire waardeketen ontstaat.